MijnFintool

Nieuws

Nul is nul? Rechtsverwerking door jarenlange ‘saldo €0’-jaaroverzichten bij een krediethypotheek (Kifid GC 2026-0092)

In deze Kifid-uitspraak staat een klassiek spanningsveld centraal: mag een bank na jaren alsnog een (oude) kredietschuld opeisen, terwijl zij de klant in de tussentijd structureel heeft bericht dat het saldo nul is? De zaak is extra wrang door de context: het krediet was bedoeld voor een zeiljacht, dat na de scheiding door de ex-partner is verkocht, terwijl de consument (ex-echtgenote) achterblijft in de woning waarop de bank haar zekerheid (tweede hypotheek) had.

Deze zaak draait om een bijzonder scenario waarin een bank jarenlang (2011-2019) jaaroverzichten met “saldo € 0,00” verstrekte, om vervolgens in 2019 tóch weer € 45.400 op te eisen. De Geschillencommissie oordeelt dat de bank haar vorderingsrecht heeft verwerkt op grond van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 en 6:248 lid 2 BW).

Feiten van de zaak

De kernfeiten op een rij:

  • De consument en haar ex-partner waren gehuwd (eerst gemeenschap van goederen, later huwelijkse voorwaarden).
  • In 2001 bood de bank (toen SNS, nu ASN) een SNS Extra Ruimte Hypotheek aan met kredietlimiet € 45.400 voor aankoop van een zeiljacht (in de uitspraak aangeduid als “consumptief krediet”). Beiden tekenden; zij zijn hoofdelijk aansprakelijk. Zekerheid: tweede hypotheek op de (voormalige) echtelijke woning waar de consument nog woont.
  • In 2004: echtscheiding; rond mei 2004 verkoopt de ex-partner het zeiljacht voor € 82.000.
  • In 2006: rechtbank veroordeelt de ex-partner tot betaling aan de consument van o.a. de helft van de verkoopwaarde en de helft van de hypothecaire geldlening (met wettelijke rente). Later volgt WSNP voor ex-partner.
  • 2011 t/m 2019: de bank stuurt jaaroverzichten waarin het openstaande saldo telkens € 0 is.
  • December 2019: de bank meldt ineens dat er volgens haar administratie toch een schuld van € 45.400 openstaat.

De consument vordert kwijtschelding van de vermeende schuld, terugbetaling van betaalde bedragen na 2019 (als onverschuldigd), plus vergoeding van advocaatkosten.

Juridische vraag

De commissie formuleert de kernvraag als volgt:

Heeft de consument nog betalingsverplichtingen uit het consumptief krediet aan de bank, of heeft de bank haar recht verwerkt om betaling te vorderen?

Met andere woorden: kan de bank “na nul-berichten” alsnog terugkomen op haar positie?

Uitspraak van het Hof (Kifid Geschillencommissie): samenvatting en overwegingen

Toetsingskader: rechtsverwerking (art. 6:2 en 6:248 BW)

Rechtsverwerking is een uitwerking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 en 6:248 lid 2 BW). De commissie benadrukt dat zij dit terughoudend toepast: enkel tijdsverloop is onvoldoende. Vereist zijn bijzondere omstandigheden, zoals:

  • gewekt gerechtvaardigd vertrouwen dat de schuldeiser het recht niet meer zal uitoefenen; of
  • onredelijk nadeel als de schuldeiser alsnog vordert.
  • En in het algemeen is een actieve gedraging van de schuldeiser nodig.

Deze maatstaf sluit aan bij de lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad waarnaar de commissie verwijst (o.a. HR 7 juni 1991 en HR 29 september 1995).

Waarom slaagt het beroep op rechtsverwerking hier wél?

De commissie vindt doorslaggevend dat de bank de consument acht jaar lang in de veronderstelling heeft gelaten dat er geen schuld meer was:

  • Jaarafschriften 2011-2019 vermelden telkens “Saldo rekening op 31 december … € 0,00” (en ook voor het opvolgende jaar € 0,00).
  • De bank maakte geen enkel voorbehoud.
  • Er is niet gebleken dat de bank in die hele periode waarschuwde voor een administratieve fout of alsnog op de schuld wees.
  • Pas in december 2019 kwam de bank met de boodschap dat er toch weer een schuld zou zijn.

Conclusie: de consument mocht erop vertrouwen dat de bank haar recht niet (meer) geldend zou maken. Daarmee is het later alsnog opeisen van € 45.400 onverenigbaar met het eerdere gedrag van de bank (rechtsverwerking).

Beslissing

De vorderingen van de consument worden toegewezen. De bank moet binnen vier weken:

  • schriftelijk bevestigen dat de consument geen schuld heeft uit hoofde van het consumptief krediet;
  • bedragen terugbetalen als de consument na 2019 nog betalingen deed (onverschuldigd betaald);
  • € 1.000 advocaatkosten vergoeden (liquidatietarief Kifid; gebaseerd op art. 237 Rv).

Let op: de commissie baseert de toewijzing primair op rechtsverwerking door de “nul”-jaaroverzichten. De andere door consument genoemde punten (fraude/ID en billijkheidsargument over opbrengst zeiljacht) staan wél in het dossier als stellingen, maar zijn niet het dragende fundament van de beslissing zoals die is gemotiveerd.

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

09 feb 2026

Laatst gewijzigd

10 feb 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1