Op 27 april 2017 hebben eiser en zijn broer ieder een schenking van hun vader ontvangen van € 40.000. Eiser was op het moment van schenking 43 jaar en zijn broer 39 jaar. De partner van eiser was op het moment van schenking ook 43 jaar. De schenking is door eiser gebruikt voor de aflossing van de hypothecaire schuld op zijn woning.
In de aangifte schenkbelasting heeft eiser, net als zijn broer, een beroep gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor verkrijgingen van ouders. Eiser heeft in de aangifte meer bepaald een vakje aangekruist voor een schenking die is gedaan door een ouder aan zijn kind en die wordt gebruikt ten behoeve van een eigen woning.
Bij de vaststelling van de aanslag schenkbelasting heeft verweerder [de inspecteur van de Belastingdienst] geen eenmalige verhoogde vrijstelling toegepast.
In geschil is of de aanslag schenkbelasting moet worden verminderd. Eiser stelt dat hij alsnog in aanmerking moet komen voor een eenmalige verhoogde vrijstelling. Hij vindt de leeftijdsgrens van 40 jaar onterecht.
Op fiscaal gebied heeft de wetgever in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid bij het beantwoorden van de vraag of gevallen als gelijk moeten worden beschouwd en als dit zo is, of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen toch verschillend te behandelen.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 33, ten vijfde, van de Successiewet kan worden opgemaakt dat de wetgever met de structurele verhoging van de vrijstelling van een schenking ten behoeve van een eigen woning tot € 100.000 heeft beoogd een bijdrage te leveren aan de reductie van de eigenwoningschuld. Voor de leeftijdsgrens tot 40 jaar is gekozen, omdat de leeftijdsgroep tot 40 jaar het meest heeft te maken met onderwaarde van hun woning en de jonge huishoudens tot 40 jaar over kleine financiële buffers beschikken.
Gelet op de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid, mag de fiscale wetgever een onderscheid baseren op veronderstellingen omtrent het probleem en de effectiviteit van de daarvoor gekozen oplossing, tenzij deze veronderstellingen zo weinig voor de hand liggen dat het evident onredelijk is ze aan het onderscheid ten grondslag te leggen
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het hanteren van een leeftijdsgrens tot 40 jaar voor de verhoogde vrijstelling voor de eigen woning niet leidt tot discriminatie in de zin van het EVRM.
Verweerder heeft de aanslag opgelegd meer dan twee jaar nadat eiser aangifte heeft gedaan. Omdat verweerder hierbij is afgeweken van de aangifte van eiser, kan de rechtbank begrijpen dat eiser dit heeft ervaren als een onaangename verrassing. De wet geeft verweerder echter de mogelijkheid om een aanslag schenkbelasting vast te stellen binnen drie jaar nadat de belastingschuld is ontstaan. Verweerder heeft dus niet in strijd met de wet gehandeld en hij heeft de aanslag ook niet te laat opgelegd. De rechtbank kan de aanslag dus niet verminderen of vernietigen omdat eiser lang heeft moeten wachten op de aanslag en hierbij onaangenaam is verrast.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99