Mijn klant heeft een eigen woning. Daarop rust een EWS. De rente is dus aftrekbaar. De klant heeft een partner. Kan die partner de rente aftrekken van haar belastbare inkomen?
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000 en willen de woning financieren met een maximale eigenwoningschuld. Ze willen daarbij via een draagplichtovereenkomst het eigenwoningverleden gescheiden houden.
Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd met een draagplichtovereenkomst?
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Ze kiezen voor de wettelijke regeling.
Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. Voordat ze dat gaan doen, huwen ze in beperkte gemeenschap van goederen.
A en B hebben voordat ze gehuwd waren elk een eigen woning gehad, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?
Ook bij aanvullende zorgverzekeringen moet duidelijk zijn dat het belang van de klant wordt meegenomen bij de ontwikkeling van producten. Dit begint met een goede inrichting en uitvoering van het product approval and review process (PARP). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) deed bij ontwikkelaars van aanvullende zorgverzekeringen onderzoek naar de naleving van de PARP-vereisten. We hebben gezien dat de basis voor een goed PARP aanwezig is, maar er blijft ruimte voor verbetering. We geven daartoe enkele aandachtspunten, want een goed PARP vormt de basis voor producten waarin het klantbelang centraal staat.
De Eerste Kamer heeft op 7 juli 2026 de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Daarmee is de politieke besluitvorming over een belangrijk onderdeel van het arbeidsmarktpakket afgerond. De wet moet werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid geven over inkomen en werktijd. De belangrijkste boodschap voor de praktijk: de meeste onderdelen gaan pas in per 1 januari 2028. Dat geeft werkgevers, intermediairs en adviseurs tijd om contractvormen, personeelsplanning en eventuele cao-afspraken tegen het licht te houden.
Eigenaren van huurwoningen met een energielabel E, F of G moeten hun woning(en) uiterlijk op 1 januari 2029 hebben verduurzaamd naar minimaal energielabel D. Huurders krijgen hierdoor meer grip op de energierekening, terwijl eigenaren de waarde van hun woning verhogen. Daarnaast draagt de maatregel bij aan de klimaatdoelstellingen en energieonafhankelijkheid. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft vandaag het ontwerpbesluit voor wettelijke minimumenergieprestatie-eisen voor huurwoningen naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd.
De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel nadert. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarschuwt werkgevers – vooral in het MKB – om op tijd te beginnen met het aanpassen van hun pensioenregeling. Tegelijk ligt er een wetsvoorstel dat eerder gedane toezeggingen in de Wtp uitvoert en de pensioenwetgeving op onderdelen verbetert. Dit artikel behandelt de deadlines en risico's bij het aanpassen van de regeling, de tegemoetkoming voor werkgevers met een verzekerde regeling en de belangrijkste voorgestelde wetswijzigingen.
De inrichting van online keuzeomgevingen van platforms die embedded verzekeringen aanbieden vergroot het risico dat consumenten een niet-passende verzekering afsluiten, bijvoorbeeld doordat de dekking overlapt met bestaande verzekeringen. Tijdens het aankoopproces van een product of dienst worden zij vaak op meerdere manieren gestuurd richting het afsluiten van een verzekering, terwijl consumenten daarbij niet altijd voldoende informatie krijgen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). We roepen aanbieders en platforms daarom op hun keuzeomgevingen zorgvuldig in te richten, zodat consumenten passende keuzes kunnen maken.
In het tweede kwartaal van 2026 is via NVM-makelaars een recordaantal bestaande woningen te koop gezet: 56.700 woningen. Dat is het hoogste aantal sinds de start van de NVM-metingen in 1995. Het grotere aanbod geeft kopers meer keuze en zorgt op sommige plekken voor iets meer onderhandelingsruimte. Tegelijk blijft de markt krap: woningen worden nog steeds snel verkocht en overbieden blijft vaak nodig.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99