Samengevat is Bos van mening dat de hypotheekmarkt in Nederland niet vergelijkbaar is met die in de VS en dat consumenten in Nederland geen of nauwelijks gevaar lopen omdat de markt voor riskante hypotheken heel klein is, de regels veel strenger zijn (Gedragscode Hypothecaire Financieringen) en Nederlanders voor veel langer rentevaste periodes kiezen. Overigens merkt Bos ook op dat de AFM op dit moment onderzoekt of passend advies is gegeven aan de consument. Vanwege de volledigheid van zijn antwoord, geven we het hier in zijn geheel weer.
Vraag 1
Wat is uw reactie op de berichtgeving dat er in Nederland sprake is van een snelle opmars van de riskante hypotheken?
Antwoord op vraag 1
Hypothecaire leningen aan consumenten die standaard niet in aanmerking komen voor een hypothecaire lening worden ook wel non-conforming hypothecaire leningen genoemd. De meeste non-conforming hypothecaire leningen, zoals deze op dit moment worden aangeboden in Nederland, zijn niet gelijk aan de subprime hypothecaire leningen in de Verenigde Staten. Aanbieders in Nederland kijken kritisch bij het verstrekken van hypothecaire producten. Consumenten die een non-conforming hypothecaire lening nemen zijn veelal freelancers, ondernemers, expats, mensen met een tijdelijk arbeidscontract en mensen met een A1- of A2-BKR-notering. Consumenten met een zogenaamde A1- of A2-notering bij het Bureau Krediet Registratie zijn personen die voor een periode van 2 tot 4 maanden een betalingsachterstand hebben gehad. Een dergelijke registratie blijft 5 jaar staan. Enerzijds is het goed dat consumenten, zoals freelancers e.d., niet nodeloos verstoken blijven van toegang tot een hypotheek. Anderzijds is het van belang dat consumenten geen schulden aangaan die hun draagkracht te boven gaan. In dit verband is relevant dat de aanbieders van non-conforming hypothecaire leningen bieden hun klanten geen tophypothecaire lening aan, bovendien is er vaak een eigen inleg nodig. Mensen met serieuzere betalingsproblemen, en dus een slechtere BKR-notering hebben, komen bij deze aanbieders niet in aanmerking voor hypothecaire leningen. Het aantal wanbetalers in Nederland is aanzienlijk lager dan in de Verenigde Staten, ook in de non-conforming markt. In het door u genoemde artikel wordt aangegeven dat de Nederlandse markt voor non-conforming hypothecaire leningen klein is: tussen 1 en 1,5 % van de totale hypothecaire leningenmarkt. Een groei van 10 procent per jaar op een dergelijk klein marktaandeel zal nauwelijks invloed hebben op de totale markt. De markt voor subprime hypothecaire leningen is in de VS aanzienlijk groter. Schattingen lopen uiteen tussen 10 en 20 procent van de totale hypothecaire leningenmarkt. Dit heeft te maken met het feit dat in de VS de vereisten voor het verkrijgen van een subprime hypothecaire lening soepeler zijn dan de eisen die in Nederland worden gesteld voor het verkrijgen van een non-conforming hypothecaire lening. Verder geldt dat consumenten in de VS hun hypothecaire leningenrente maar voor een korte periode hebben vastgezet. In Nederland kiezen de meeste consumenten er de laatste tijd voor om hun hypothecaire leningenrente voor langere tijd vast te zetten. Hierdoor zijn de Nederlandse consumenten minder gevoelig voor renteschommelingen. Bovendien is in de VS de druk groter om een huis te kopen, ook voor mensen die minder verdienen. In Nederland is deze druk er niet door het aanbod van huurwoningen via woningcorporaties.
Op basis van bovenstaande verwacht ik niet dat er problemen voor consumenten in Nederland ontstaan die vergelijkbaar zijn met de problemen die consumenten in de VS nu ervaren. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse hypothecaire leningenmarkt. De Nederlandse hypothecaire leningenmarkt is namelijk anders dan die in de VS.
Vraag 2
Hebben de Nederlandse toezichthouders naar aanleiding van de problemen op de Amerikaanse “subprime”-markt gekeken of het toezicht in Nederland op de verstrekkers van non-conforming hypotheken wel voldoende is?
Antwoord op vraag 2
In Nederland is uitgebreide regelgeving van toepassing waarin het prudentieel en het gedragstoezicht op aanbieders van hypothecaire leningen is geregeld. Deze regelgeving beperkt de mogelijke risico’s voor aanbieders en afnemers van deze hypothecaire leningen. Het reguliere prudentieel toezicht op aanbieders van hypothecaire leningen wordt door De Nederlandsche Bank (DNB) uitgevoerd. Bij het toezicht wordt de eis gesteld dat indien de aanbieder meer risico’s loopt over het aangeboden hypothecaire product zij hiervoor ook meer kapitaal dient aan te houden. Naar aanleiding van de ontwikkelingen op de Amerikaanse subprime hypothecaire leningenmarkt heeft DNB onderzoek gedaan naar relevante blootstellingen van de Nederlandse financiële instellingen op deze markt. DNB volgt de marktontwikkelingen en de invloed daarvan op de financiële instellingen met bijzondere aandacht. Bovendien heeft DNB in de afgelopen jaren sectorbrede onderzoeken gedaan naar de hypothecaire leningenmarkt, het acceptatiebeleid en de hypothecaire leningenportefeuilles van de banken. De modellering van deze risico's heeft ook in het kader van Bazel II de bijzondere aandacht van de toezichthouder. Dit heeft niet geresulteerd in extra maatregelen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op het gedrag van aanbieders van hypothecaire leningen op basis van de Wet financieel toezicht (Wft). Non-conforming hypothecaire leningen worden vooral aangeboden via tussenpersonen die zich moeten houden aan de regels van de zorgplicht die zijn gesteld in de Wft ten aanzien van het geven van een passend advies. De AFM betrekt bij het toezicht op het naleven van de zorgplicht de Gedragscode Hypothecaire Financieringen. Deze code is begin dit jaar aangepast om stringentere normen te kunnen stellen aan hypothecaire leningverstrekking aan kwetsbare huishoudens. De AFM onderzoekt op dit moment of passend advies is gegeven aan de consument. De AFM maakt bij haar toezicht gebruik van een risico-inventarisatie. Aanbieders waar de AFM meer risico ziet, zullen nauwlettender in de gaten worden gehouden dan andere.
Vraag 3
Zijn de risico’s in kaart gebracht voor het Nederlandse financiële stelsel van de mogelijke gevolgen van de problemen op de Amerikaanse “subprime”-markt?
Vraag 4
In hoeverre worden Nederlandse financiële instellingen getroffen als blijkt dat er op grote schaal afwaarderingen van leningen moeten plaatsvinden, omdat ze riskanter bleken te zijn dan de “ratinginstituten” aanvankelijk aangaven?
Antwoord op vraag 3 en 4
Risico’s voor het Nederlandse financiële stelsel door ontwikkelingen op de Amerikaanse subprime markt zijn door DNB onderzocht. De Nederlandse financiële instellingen kunnen gevolgen ondervinden van de problemen op de Amerikaanse hypothecaire leningenmarkt, voorzover zij direct of indirect op deze markt actief zijn. De Nederlandse banken hebben echter nauwelijks directe beleggingen op de Amerikaanse hypothecaire leningenmarkt. Indirect zijn Nederlandse financiële instellingen wel blootgesteld aan de problemen op de subprime markt, voorzover belegd is of gehandeld wordt op de markt van pakketten doorverkochte (gesecuritiseerde) hypothecaire leningen. In de media is bekend dat een middelgrote financiële instelling verliezen heeft moeten afboeken door ontwikkelingen op de Amerikaanse subprime markt. De grotere spelers zijn ook actief op deze markt, maar ervaren door hun soliditeit geen problemen. DNB zet haar intensieve monitoring van de marktontwikkelingen en de invloed daarvan op het financiële stelsel voort. Onzekerheid in de markt over waar de risico’s van de doorverkochte hypothecaire leningen terecht zijn gekomen, hebben recentelijk tot liquiditeitsproblemen op de kapitaalmarkten geleid. Naar aanleiding hiervan zal ik in samenwerking met DNB de werking van mechanismen in de markt analyseren en in internationaal verband bezien welke lessen hieruit getrokken kunnen worden. Over de uitkomsten hiervan zal ik de Tweede Kamer inlichten.
Bron: Ministerie van Financiën, 24-08-2007
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99