Om het banksparen mogelijk te maken, wordt de assurantiebelasting verhoogd naar 7,5 procent en de maximale premiegrondslag lijfrentestortingen verlaagd van 150.957 euro naar 103.257 euro. Volgens het de paneldeelnemers heeft de verlaging van de premiegrondslag geen gevolgen voor de eigen portefeuille omdat er nauwelijks relaties zijn die het maximum benutten. Dat kan anders liggen bij bemiddelaars die de hogere inkomensgroepen bedienen.
De nieuwe fiscaal gefaciliteerde bank-spaarproducten worden in het kader van de Wft gekwalificeerd als ‘complexe producten’. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de wijze waarop deze producten aan de markt kunnen worden aangeboden. Nu zal voorafgaand aan een advies eerst een volledig klantprofiel gemaakt moeten worden. Vindt verkoop plaats zonder advies, dan zal de consument zeer nadrukkelijk vooraf moeten worden geïnformeerd over het feit dat hij geen advies krijgt. Daarnaast gelden eisen die voor alle complexe producten gelden zoals de financiële bijsluiter die de aanbieder beschikbaar moet stellen, de wettelijk voorgeschreven verhouding tussen afsluit- en doorlopende provisie en de terugboekingregeling bij voortijdige beëindiging van het spaarcontract.
De deelnemers verwachten dat de banken zich in eerste instantie vooral concentreren op het promoten van de fiscaal gefaciliteerde spaarrekening eigen woning omdat dit product direct te maken heeft met de hypotheekproductie van de banken. Daarnaast zijn de administratieve consequenties voor banken bij dit product beperkter dan bij de fiscaal gefaciliteerde spaarrekening die gebruikt wordt voor de opbouw van de oudedagsvoorziening.
Het is toegestaan dat een consument met behoud van de fiscale voordelen een fiscaal gefaciliteerd verzekeringsproduct mag oversluiten naar een fiscaal gefaciliteerd bankspaarproduct. In het kader van de Wft-zorgplicht betekent een oversluitadvies dat de adviseur, ook wanneer dit een bank betreft, genoodzaakt is om een exacte berekening te maken van de kosten van het oversluiten van het levensverzekeringsproduct in vergelijking met de kosten van het oversluiten van het bankspaarproduct. In een dergelijke vergelijking zullen alle kosten en rendementen meegenomen moeten worden. Snelle en eenvoudige oversluitacties lijken daardoor problematisch te worden voor degenen die dit willen uitvoeren.
De deelnemers zien het liefst dat de verzekeraars producten introduceren die concurrerend zijn met de nieuwe bankspaarproducten. Gebeurt dit niet, dan wordt samenwerking met banken niet uitgesloten. Daarbij is er wel zorg over zaken als klanteigendom, beloning en zorgplicht. Ten aanzien van klanteigendom geldt dat de Wft de portefeuillerechten wél regelt voor verzekeringen, maar níet voor bankproducten. Voor wat betreft de zorgplicht is het voor het intermediair belangrijk dat vooraf helderheid bestaat welke verantwoordelijkheid de bank heeft gedurende de looptijd van het spaarproduct en welke verantwoordelijkheid bij het intermediair komt te rusten. Het antwoord op deze vraag is mede van belang voor de inrichting van het communicatieproces tussen bank, bemiddelaar en consument.
Bron: Persbericht Bureau D & O, 08-08-2007
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99