Vanaf 1999 biedt de Wet op de loonbelasting de mogelijkheid dat een werkgever pensioenrechten toekent aan een werknemer over dienstjaren die vóór 8 juli 1994 zijn doorgebracht bij een andere werkgever. Deze regeling wordt vooral gebruikt door DGA’s die eerst bij een andere werkgever in loondienst is geweest. Door het inkopen van dienstjaren kunnen DGA’s hun opgelopen pensioentekort herstellen, mits de loondienst van voor juli 1994 dateert.
Het inkopen van een groot aantal dienstjaren is een grote kostenpost die de BV vaak in één keer wil voldoen. De hiermee bespaarde vennootschapsbelasting kan immers binnen de onderneming worden gebruikt. Maar dergelijke aftrekposten stuitten in de praktijk op verzet van de fiscus die vond dat slechts één dienstjaar per dienstjaar kon worden ingekocht. Werden meerdere jaren tegelijk ingekocht en de last in één jaar genomen, dan zag de fiscus dat als ‘onzakelijk handelen’ en werd de aftrekpost niet geaccepteerd.
In het door het hof 's-Hertogenbosch berechte geschil had de DGA bij zijn BV in 1999 ruim vijftien dienstjaren ingekocht. De inkooplast bedroeg ruim 250.000 euro. De BV bracht deze last in
Deze uitspraak bevestigt dat een regeling die op basis van de Wet op de loonbelasting is toegestaan, ook moet doorwerken naar de heffing van de vennootschapsbelasting. Het standpunt van de Belastingdienst om de inkoopmogelijkheid via de heffing van de vennootschapsbelasting te beperken is door het hof verworpen.
Dit betekent meer duidelijkheid voor de praktijk: de inkooplast kan in één jaar ten laste van het resultaat worden gebracht.
Bron: Het Financieele Dagblad, 02-08-2007
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99