De Stichting Tuchtrecht Banken (STB) stopt per 1 oktober 2027 met de uitvoering van het bancaire tuchtrecht. Dat betekent nadrukkelijk niet dat het tuchtrecht voor bankmedewerkers wordt afgeschaft. Banken blijven wettelijk verplicht om hun medewerkers aan een tuchtrechtelijke regeling te onderwerpen. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) werkt inmiddels aan een opvolger onder de werktitel ‘Tuchtrecht 2.0’.
De breuk tussen STB en de bankensector volgt op een conflict dat al langere tijd speelt. In april 2026 legden tuchtrechters hun werkzaamheden gedeeltelijk neer uit onvrede over voorgestelde wijzigingen van het tuchtreglement. Inmiddels heeft STB de samenwerkingsovereenkomst met de NVB opgezegd.
Wat stopt er precies?
STB heeft besloten te stoppen met haar rol als uitvoerder van het bancaire tuchtrecht. Vanwege de opzegtermijn eindigt de samenwerkingsovereenkomst met de NVB op 1 oktober 2027. Zaken die tot die tijd bij het tuchtcollege worden ingediend, worden volgens STB nog afgehandeld. Daarmee verdwijnt dus de huidige uitvoeringsorganisatie, maar niet de wettelijke basis van het bankentuchtrecht.
Dat onderscheid is belangrijk. Artikel 3:17c Wft verplicht een bank met zetel in Nederland ervoor te zorgen dat de relevante integriteits- en zorgvuldigheidsnormen zijn gewaarborgd in een tuchtrechtelijke regeling. De toepassing en uitvoering daarvan moeten bovendien zijn opgedragen aan een onafhankelijke en deskundige externe instantie. Het is dus niet zo dat banken vanaf oktober 2027 zonder tuchtrecht verder kunnen.
Waarom stopt STB?
STB en de bankensector verschillen fundamenteel van mening over de inrichting en reikwijdte van het tuchtrecht. Volgens STB werkt het huidige systeem onvoldoende. De stichting stelt dat banken vooral relatief eenvoudige zaken melden, bijvoorbeeld over medewerkers die al zijn ontslagen of waarbij strafrechtelijke vervolging speelt. Meldingen over medewerkers die nog bij een bank werkzaam zijn en over leidinggevenden zouden nauwelijks voorkomen. De stichting vindt bovendien dat de organisatie van het tuchtrecht onafhankelijker van de banken moet worden ingericht.
De NVB kijkt daar anders tegenaan. Volgens de bankenvereniging is vernieuwing van het stelsel nodig om het tuchtrecht duidelijker, zorgvuldiger en toekomstbestendiger te maken. Daarbij wil de NVB scherper afbakenen dat het tuchtrecht betrekking heeft op individueel verwijtbaar handelen van bankmedewerkers en niet op algemeen bankbeleid of bredere maatschappelijke discussies over de bankensector. Op dergelijke onderwerpen houden reguliere toezichthouders volgens de NVB al toezicht.
Conflict speelde al langer
De huidige breuk komt niet uit de lucht vallen. In april 2026 ontstond al een ernstige patstelling. Tuchtrechters legden toen een deel van hun werkzaamheden neer uit onvrede over voorgestelde wijzigingen van het tuchtreglement. Aan de discussie ging bovendien de Evaluatie Tuchtrecht Bankmedewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen uit 2024 vooraf. Naar aanleiding daarvan hebben de NVB en STB ongeveer twee jaar gesproken over aanpassingen van het tuchtrecht.
Volgens de NVB is daarbij gewerkt aan een aangepast tuchtreglement en een uniform meldingsbeleid. Binnen STB bleek uiteindelijk onvoldoende draagvlak te bestaan voor het voorgestelde nieuwe reglement.
NVB werkt aan ‘Tuchtrecht 2.0’
Omdat een einde van de samenwerking volgens de NVB al in juni informeel was aangekondigd, is de bankenvereniging deze zomer samen met haar leden begonnen aan een nieuwe inrichting van het tuchtrecht. Die opvolger wordt vooralsnog Tuchtrecht 2.0 genoemd. Veel details zijn nog niet bekend. Wel noemt de NVB enkele uitgangspunten. Zo moet duidelijker worden afgebakend welke gedragingen van individuele medewerkers tuchtrechtelijk kunnen worden beoordeeld. Daarnaast wil de NVB een uniform meldingsbeleid, zodat banken op een consistente manier omgaan met mogelijke tuchtzaken.
Een belangrijk juridisch uitgangspunt blijft daarbij overeind: de Wft verlangt dat de toepassing en uitvoering van de tuchtrechtelijke regeling worden opgedragen aan een onafhankelijke en deskundige externe instantie. Een nieuw stelsel zal dus aan die wettelijke eis moeten voldoen. Ook zal aandacht nodig zijn voor een ordelijke overgang van STB naar de nieuwe uitvoerder, waaronder de positie van melders, betrokken bankmedewerkers en lopende dossiers.
Tuchtrecht wordt dus niet afgeschaft
Berichten dat het bancaire tuchtrecht per 1 oktober 2027 wordt afgeschaft, zijn daarom onjuist. Samengevat:
Voor bankmedewerkers is vooral dat laatste onderscheid relevant. Het verdwijnen van STB betekent niet dat de bankierseed en de mogelijkheid van tuchtrechtelijke toetsing verdwijnen. De komende periode zal moeten blijken hoe Tuchtrecht 2.0 precies wordt ingericht en welke onafhankelijke instantie vanaf oktober 2027 de uitvoering op zich neemt.
Bronnen: Nederlandse Vereniging van Banken???????
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99