MijnFintool

Nieuws

Burgers kennen aangifte beter dan belastingstelsel

Het ministerie van Financiën en de Belastingdienst hebben onderzoek laten doen naar de kennis van burgers over de inkomstenbelasting en de IB-aangifte. De uitkomst is op het eerste gezicht geruststellend: gemiddeld beantwoorden respondenten 71% van de twintig kennisvragen goed. Maar onder dat gemiddelde gaan forse lacunes schuil. Vooral bij onderwerpen die direct raken aan aangiftegedrag, aftrekposten en belastingdruk is het beeld minder rooskleurig.

Procedurele kennis is redelijk op orde
De meeste respondenten weten goed in welk jaar aangifte moet worden gedaan over het inkomen uit 2025: 95,3% geeft daarop het juiste antwoord. Ook weet 95% dat mensen geld kunnen terugkrijgen bij de inkomstenbelasting en 94,5% dat vooraf ingevulde gegevens van de Belastingdienst niet altijd juist zijn. Dat laatste is relevant voor adviseurs: de VIA is een hulpmiddel, maar geen vrijwaring.

Ook vragen over de betekenis van een belastingaanslag, het doen van aangifte en het vragen van uitstel worden door een grote meerderheid goed beantwoord. Dat past bij het beeld dat veel belastingplichtigen het aangifteproces als routine herkennen. In het onderzoek heeft 86,4% van de respondenten in 2025 aangifte gedaan. Van degenen die aangifte deden, deed 40,3% dit helemaal zelf en 28,2% samen met de fiscale partner.

Waar gaat het mis?
De zwakke plekken zitten vooral bij de meer inhoudelijke of formele vragen. Slechts 22,2% weet goed te beantwoorden of mensen verplicht zijn om aangifte inkomstenbelasting te doen. Ook de definitie van inkomstenbelasting scoort relatief laag: 58% juist. De vraag over hypotheekrenteaftrek springt in het oog: slechts 63,9% weet dat hypotheekrente onder voorwaarden aftrekbaar is van het belastbaar inkomen.

Dat is opvallend, omdat eigen woning en aftrekposten al jaren terugkerende thema’s zijn in de aangiftepraktijk. Veel aangiftevragen bij de Belastingdienst gingen over aftrekposten, de woning, hypotheek en aftrekbare kosten bij aankoop van een eigen woning.

Voor de praktijk betekent dit dat adviseurs niet moeten aannemen dat klanten het onderscheid kennen tussen “rente betaald”, “schuld gebruikt voor de woning” en “rente fiscaal aftrekbaar”. Zeker bij familiehypotheken, oversluitingen, verbouwingen en draagplichtvragen blijft uitleg nodig.

Eigen kennis wordt niet altijd goed ingeschat
Een belangrijk deel van het onderzoek gaat over zelfinschatting. Krap de helft van de respondenten zegt weinig of slechts een beetje van belastingzaken te weten. Twee op de tien vinden dat zij best veel of heel veel weten. Die zelfinschatting hangt wel samen met de werkelijke score, maar lang niet perfect. Ongeveer 20,6% schat het eigen kennisniveau adequaat in, 49,4% onderschat zichzelf en 30% overschat zichzelf.

Die laatste groep is interessant. Wie denkt de regels goed te kennen, maar dat feitelijk niet doet, zal minder snel hulp zoeken of een controle uitvoeren. Dat kan juist bij de eigen woning kostbaar zijn. Denk aan een niet-tijdig gemelde niet-renseigneringsplichtige lening, een onjuiste looptijd bij oversluiten of een foutieve verdeling tussen fiscale partners.

Fintool behandelde eerder bijvoorbeeld een zaak waarin een vergeten hypotheekrenteaftrekpost niet alsnog via ambtshalve vermindering kon worden hersteld, omdat de vereiste gegevens over de familiehypotheek niet tijdig in de aangifte waren opgenomen. Ook schreef Fintool recent over een oversluiting waarbij de looptijd van de nieuwe lening direct had moeten aansluiten op de resterende looptijd van de oude lening; een latere aanpassing werkte niet terug. (Zie lees meer onderaan dit artikel)

Belastingdruk wordt vaak verkeerd ingeschat
Het onderzoek laat ook zien dat veel mensen geen goed beeld hebben van hoeveel inkomstenbelasting zij betalen. De gemiddelde berekende belastingdruk bedraagt 24,2%, terwijl respondenten gemiddeld 27,1% denken te betalen. Gemiddeld is dus sprake van een overschatting van 2,8 procentpunt. Maar het verschil per inkomensgroep is groot: lagere inkomens overschatten hun belastingdruk aanzienlijk, terwijl hogere inkomens hun belastingdruk juist onderschatten.

Dat is beleidsmatig relevant. De ervaren belastingdruk beïnvloedt hoe burgers naar het stelsel kijken. Iemand die denkt veel meer belasting te betalen dan feitelijk het geval is, kan anders oordelen over werken, meer uren maken of fiscale hervormingen. Andersom kan onderschatting bij hogere inkomens het draagvlakdebat vertekenen.

Meer draagvlak voor eenvoud dan vaak gedacht?
Bij een hypothetische belastinghervorming geeft 52,3% van de respondenten aan meer belang te hechten aan vereenvoudiging dan aan belastingverlaging. 33,1% geeft juist de voorkeur aan lastenverlaging en 14,6% is neutraal. Opvallend is dat fiscale kennis, inkomen en opleidingsniveau geen sterke voorspellers zijn van deze voorkeur.

Dat maakt de uitkomst interessant. Vereenvoudiging wordt vaak als wenselijk gezien, maar strandt in de praktijk op inkomenseffecten, overgangsrecht en uitzonderingen. Dit onderzoek suggereert dat er onder burgers mogelijk meer ruimte is voor vereenvoudiging dan vaak wordt aangenomen. Tegelijkertijd blijft de vraag hoe concreet die voorkeur is zodra duidelijk wordt welke aftrekpost of regeling vervalt.

Aandachtspunt voor adviseurs
Voor financieel adviseurs zit de relevantie van dit onderzoek niet alleen in de aangifte zelf. De kennislacunes raken direct aan adviesgesprekken over de eigen woning, hypotheekrenteaftrek, fiscale partners, bewijsstukken en verwachtingen over netto besteedbaar inkomen.

Een klant kan de aangifte “makkelijk” vinden, maar toch niet begrijpen waarom een lening fiscaal wel of niet kwalificeert als eigenwoningschuld. Een klant kan weten dat hypotheekrente “aftrekbaar is”, maar niet weten dat daarvoor voorwaarden gelden rond besteding, aflossing, looptijd, informatieverplichtingen en draagplicht. En een klant kan denken dat zijn belastingdruk veel hoger of lager is dan deze feitelijk is.

De praktische les is daarom eenvoudig: toets niet alleen of de aangifte is gedaan, maar ook of de klant begrijpt waarom bepaalde posten zijn opgevoerd of juist niet. Juist bij de eigen woning is fiscale routine geen garantie voor fiscale juistheid.

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

22 jun 2026

Laatst gewijzigd

26 jun 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1