MijnFintool

Nieuws

Nieuw beleidsbesluit BOR 2026: meer actualisatie dan koerswijziging, maar met belangrijke aandachtspunten

Op 22 mei 2026 is in de Staatscourant het Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026 gepubliceerd. Het besluit vervangt het BOR-besluit uit 2013 en werkt het beleid bij naar de stand van de Successiewet 1956 en de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting zoals die per 1 januari 2026 gelden. Voor verkrijgingen vóór 1 januari 2026 blijft het besluit van 17 januari 2013 van belang; de datum van verkrijging bepaalt dus welk besluit van toepassing is.

Waarom een nieuw besluit?
De aanleiding is vooral de gewijzigde wet- en regelgeving rondom de bedrijfsopvolgingsregeling. Enkele onderdelen uit het oude besluit zijn vervallen, andere onderdelen zijn aangepast of vernummerd. De Staatssecretaris geeft daarbij aan dat ook verwijzingen naar andere besluiten zijn geactualiseerd en dat redactionele wijzigingen zijn aangebracht, zonder dat daarmee beleidswijzigingen zijn beoogd.

Dat neemt niet weg dat het besluit voor de praktijk relevant is. Het zet namelijk opnieuw uiteen hoe de Belastingdienst omgaat met situaties waarin de wettelijke BOR-regels naar de letter genomen te beperkt of juist te strikt uitpakken. Diverse goedkeuringen zijn verleend met toepassing van de hardheidsclausule.

Verzoek om toepassing BOR: tijdig indienen blijft cruciaal
Het verzoek om toepassing van de BOR moet gelijktijdig met de aangifte worden gedaan. Een verzoek kan nog worden ingediend tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat. Is de aanslag eenmaal onherroepelijk, dan is het verzoek te laat en past de Belastingdienst de BOR niet ambtshalve toe.

Praktisch aandachtspunt: het BOR-verzoek kan ook worden aangemerkt als verzoek om uitstel van betaling. Voor uitstel dat ziet op een onderbedelingsvordering van een medeverkrijger geldt echter een afzonderlijk verzoek bij de ontvanger.

Ondernemingsvermogen: beleggings-BV blijft buiten bereik
Het besluit bevestigt dat de BOR niet van toepassing is op aandelen in een BV die zelf geen onderneming drijft. Een BV die slechts een pand verhuurt aan een andere BV van dezelfde aandeelhouder, kwalificeert niet zonder meer als ondernemingsvennootschap. Dat blijft ook zo als de huurder-BV wél een materiële onderneming drijft.

Tegelijkertijd bevat het besluit een goedkeuring voor de situatie waarin een onderneming wordt verkocht tegen een koopsom die onmiddellijk daarna wordt kwijtgescholden. Strikt genomen wordt dan een vordering kwijtgescholden en wordt geen onderneming geschonken. De Staatssecretaris keurt echter goed dat bij een onmiddellijke kwijtschelding toch kan worden aangenomen dat het ondernemingsvermogen het object van schenking is. Bij gefaseerde kwijtschelding geldt die goedkeuring niet voor latere kwijtscheldingen.

Huwelijksvermogensrecht en BOR: verschillende goedkeuringen
Het besluit besteedt veel aandacht aan situaties waarin ondernemingsvermogen via het huwelijksvermogensrecht of erfrecht verschuift. Zo wordt goedgekeurd dat de BOR onder voorwaarden kan worden toegepast bij overlijden van de echtgenoot die zelf fiscaal geen ondernemer was, maar waarbij civielrechtelijk wel een aandeel in ondernemingsvermogen tot de gemeenschap behoort.

Ook voor het finaal verrekenbeding bevat het besluit een goedkeuring. Onder voorwaarden kan de BOR gelden voor de verrekenvordering die ontstaat door finale verrekening van de waarde van het ondernemingsvermogen van de langstlevende echtgenoot. De goedkeuring geldt alleen voor de erfbelasting, alleen voor de door overlijden ontstane verrekenvordering en voor zover de langstlevende echtgenoot die vordering verkrijgt.

Voor adviseurs is dit een belangrijk controlepunt bij huwelijkse voorwaarden. Niet alleen de civielrechtelijke verdeling, maar ook de fiscale kwalificatie van de verkrijging bepaalt of de BOR en eventuele uitstelregeling kunnen worden benut.

Indirecte overdracht van aandelen
De BOR is in beginsel geschreven voor directe verkrijging van aandelen in een vennootschap die een onderneming drijft. Het besluit bevat echter een goedkeuring voor bepaalde indirecte verkrijgingen, zoals schenking “bovenover” of “onderlangs”. Daarbij blijven de overige BOR-voorwaarden onverkort gelden, waaronder het voortzettingsvereiste.

Dit onderdeel is vooral relevant bij holdingstructuren. Bij advisering moet niet alleen worden gekeken naar de schenking zelf, maar ook naar de vraag welke aandelen gedurende drie jaar niet mogen worden vervreemd en welke onderneming gedurende die periode moet worden voortgezet.

Bezitseis: certificering, verlettering en gemeenschap van goederen
De bezitseis blijft een belangrijk antimisbruikanker binnen de BOR. Het besluit benadrukt dat bij een toename van de gerechtigdheid tot een onderneming of vennootschap voor dat meerdere een nieuwe bezitsperiode kan aanvangen. Sinds 1 januari 2026 is dit expliciet in de wet verankerd.

Voor certificering en decertificering van direct gehouden aandelen is een goedkeuring opgenomen: als certificaten en aandelen te vereenzelvigen zijn, heeft certificering of decertificering tijdens de bezitsperiode geen gevolgen voor de bezitseis.

Ook verlettering van gewone aandelen voor een eigen dividendpolitiek kan onder voorwaarden zonder gevolgen blijven voor de bezitseis. De wijziging mag dan enkel zien op het opbouwen en beschikken over eigen reserves en goodwill; de letteraandelen moeten ten tijde van de verlettering met de oorspronkelijke aandelen te vereenzelvigen zijn.

Verder is een goedkeuring opgenomen voor aandelen die tot een huwelijksgoederengemeenschap behoorden. De schenker wordt onder voorwaarden geacht aanmerkelijkbelanghouder te zijn geweest van het deel van de vermogensbestanddelen dat overeenstemt met zijn of haar aandeel in de gemeenschap.

Verdeling binnen twee jaar, met beperkte escape
Bij verdeling van een nalatenschap of huwelijksgoederengemeenschap geldt dat de verdeling in beginsel binnen twee jaar na overlijden moet plaatsvinden. Het besluit verduidelijkt dat het moment van verdeling kan worden gesteld op het moment waarop wilsovereenstemming bestaat over de verdeling én de financiële consequenties. In zeer bijzondere gevallen kan de inspecteur op verzoek een redelijke verlenging van de tweejaarstermijn toestaan; het verzoek moet wel binnen die twee jaar worden gedaan.

Voortzetting en waardering
Het besluit bevestigt dat het voortzettingsvereiste is bedoeld om de BOR te beperken tot daadwerkelijke bedrijfsopvolgingen. Bij concernstructuren is de toerekeningsregel niet alleen relevant op het moment van verkrijging, maar ook tijdens de bezits- en voortzettingsperiode. Een afname van het belang in de werkmaatschappij kan leiden tot het geheel of gedeeltelijk vervallen van de BOR-vrijstelling.

Voor de waardering wordt opnieuw aandacht besteed aan landbouwondernemingen in de veehouderij en akkerbouw. Onder voorwaarden kan gebruik worden gemaakt van de rekenmodule op basis van genormeerde geldstromen. Die uitgangspunten vormen één samenhangend geheel; selectief gebruik is niet toegestaan.

Fintool-opmerking
Het nieuwe BOR-besluit is geen volledig nieuwe regeling, maar wel een belangrijk actualisatiedocument voor de adviespraktijk. Vooral bij huwelijkse voorwaarden, holdingstructuren, verlettering, certificering, nalatenschapsverdeling en agrarische waarderingen is het raadzaam om het besluit naast de wettelijke bepalingen te leggen. De BOR blijft een faciliteit met veel formele voorwaarden; tijdige indiening, juiste kwalificatie van het verkregen vermogen en bewaking van de voortzettingsperiode blijven essentieel.

Bron: Overheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

23 mei 2026

Laatst gewijzigd

26 mei 2026

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Graag eerst inloggen om deze pagina te bekijken.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2026. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1