In januari 2026 zijn twee sets Kamervragen beantwoord over vermeende “ontwijkingsroutes” in box 3 in de combinatie Overbruggingswetgeving en de Wet tegenbewijsregeling box 3. Het ging om twee varianten:
De staatssecretaris is helder: de huurcessie-route werkt fiscaal niet zoals geschetst, omdat het rendement niet “in één jaar” kan worden geconcentreerd. Het rente-naar-voren-halen is wél een mogelijkheid, maar levert lang niet altijd voordeel op en wordt niet gerepareerd, mede omdat het voordeel vooraf niet goed voorspelbaar is en het tegenbewijs ziet op het totale box 3-vermogen.
Huurcessie / verkoop toekomstige huurtermijnen: waarom de “route Van Uunen” volgens Financiën niet werkt
Wat is de gedachte achter de route?
De (in de media beschreven) gedachte was: verkoop of cedeer het recht op toekomstige huur (bijvoorbeeld meerdere jaren) zodat je in jaar 1 veel cash ontvangt en daarna juist weinig/geen huur. Dan zou je in jaar 1 eventueel het forfait “pakken” en in de jaren erna via de tegenbewijsregeling het lagere werkelijke rendement belasten.
Waarom gaat dit niet op?
Financiën redeneert vanuit de systematiek van box 3 en de tegenbewijsregeling: bij cessie van huurtermijnen ontstaat (materieel) een genotsrecht op de onroerende zaak. De overdrachtsprijs (contante waarde) die de verhuurder ontvangt is geen ‘regulier voordeel’ uit de bron, maar hangt samen met de verkoop van een bezitting. Vervolgens gebeurt iets belangrijks:
Kortom: je “verplaatst” niet simpelweg huurinkomsten naar één jaar; het systeem spreidt het effect via de waardering/afloop van het genotsrecht en de jaarlijkse vermogensaanwas.
Praktijkimplicatie voor adviseurs
Spaarrente naar voren halen: “gat” bestaat, maar voordeel is onzeker
Wat kan er?
Bij sommige banken kun je bij opzegging van een spaarrekening de uitbetaling van (maximaal) één rentetermijn naar voren halen: rente valt dan nog in december in plaats van januari. Tot de beoogde invoering van het stelsel op basis van werkelijk rendement (voorzien per 1 januari 2028) kan dat in bepaalde situaties een belastingvoordeel opleveren.
Waarom wordt dit niet “gedicht”?
Financiën benadrukt dat voordeel niet altijd optreedt, omdat:
Duiding: het “gat” kan dus bestaan, maar het is geen eenvoudig “drukknop-voordeel” en daarmee lastig om generiek en uitvoerbaar te repareren zonder neveneffecten.
Overgang naar 2028: waarom het keuzeregime tijdelijk is (en wat er nog wordt aangepast)
De kern van het probleem is volgens Financiën het keuzeregime: jaarlijks kiezen tussen forfaitair en werkelijk rendement (tegenbewijs). Een keuzeregime geeft per definitie ruimte voor optimalisatie. Daarom is het doel om per 1 januari 2028 naar een stelsel te gaan waarin werkelijk rendement wordt belast en het keuzeregime verdwijnt.
Interessant detail uit de antwoorden: bij het herbezien van het overgangsrecht richting 2028 is een kleine wetstechnische aanpassing gesignaleerd: bij de bepaling van de inbrengwaarde van onroerende zaken per 1 januari 2028 ontbrak nog een verwijzing naar het artikel over genotsrechten. Dit wordt volgens Financiën gerepareerd via een separaat aanpassingswet-traject, zodat het waardedrukkende effect van genotsrechten correct wordt meegenomen.
Aandachtspunten en “adviesproof” checklist
Voor verhuurders/woningbeleggers
Voor spaarders/relatief “spaar-zware” box 3-portefeuilles
Reactie Eric van Uunen
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99