ECB-rente omlaag, spaarrentes dalen minder hard
In de brief schetst de minister eerst de marktomstandigheden. Sinds juni 2024 is de ECB-beleidsrente gedaald van 4% naar 2%. Nederlandse (groot)banken hebben spaarrentes in die periode beperkter verlaagd. Daardoor is de “spread” tussen ECB-rente en spaarrente volgens de brief afgenomen naar circa 0,73%, rond het Europese gemiddelde. Opvallend: die vertraagde doorwerking pakt in deze fase juist gunstig uit voor spaarders, omdat de spaarrente relatief stabiel blijft terwijl de beleidsrente daalt.
Daarnaast noemt de minister dat Nederlandse huishoudens in de eerste helft van 2025 een recordbedrag van € 5,8 mld. aan spaarrente ontvingen (vs. € 0,5 mld. in dezelfde periode van 2023).
Wat gaat er veranderen? De aanpak langs 7 sporen
A. Transparantie: banken beloven 5 verbeterpunten
De ACM vroeg om betere transparantie. De minister heeft met banken/NVB en consumentenorganisaties gesproken. De sector komt nu met vijf concrete verbeterpunten, waaronder:
- Spaarrente-informatie makkelijk vindbaar maken;Uitleg geven over hoe spaarrentes tot stand komen;
- Meer keuzehulpen, vergelijkingstabellen en rekenvoorbeelden;
- Klanten periodiek wijzen op spaarproducten en alternatieven voor vermogensopbouwDoorlopende initiatieven om financieel bewustzijn te versterken (extra aandacht voor kwetsbare groepen).
De minister is positief en legt de bal nadrukkelijk eerst bij de sector: pas als dit onvoldoende oplevert, komt verkenning van wettelijke verplichtingen in beeld.
B. Overstapservice spaarrekeningen: beperkte behoefte
De ACM adviseerde een overstapservice voor spaarrekeningen. De minister meldt dat in overleg (o.a. MOB en bilateraal met partijen) de toegevoegde waarde beperkt wordt gezien en er geen brede behoefte is aan zo’n service. Wel wordt de bestaande overstapservice voor betaalrekeningen genoemd: die krijgt een waardering van 8,7. Communicatie en toegankelijkheid (European Accessibility Act) blijven aandachtspunt.
C. Dataportabiliteit en (IBAN-)nummerportabiliteit: focus ligt op Europa
De minister zet voor dataportabiliteit vooral in op EU-dossiers:
- FIDA (Financial Data Access): kader voor gecontroleerd delen van financiële data in gestandaardiseerd format; Raad bereikte op 4 december een positie, trilogen lopen.
- PSD3/PSR: trilogue-akkoord bereikt op 26 november; teksten worden technisch afgerond.
Over IBAN-nummerportabiliteit is de toon realistischer: technisch/juridisch complex en duur. De brief verwijst naar eerdere analyses (o.a. DNB-onderzoek naar aliasgebruik met kosten/baten) en geeft aan dat Nederland dit onderwerp wel in Europa blijft agenderen—ook voor spaarrekeningen.
D. Verbod op koppelverkoop betaal- en spaarrekening: voorlopig van de baan
Een belangrijke motie vroeg wetgeving voor te bereiden om koppelverkoop te verbieden (alleen spaarrekening openen als je ook een betaalrekening neemt). De minister laat hiervoor PwC onderzoek doen en concludeert nu:
- Geen eenduidig bewijs dat een zelfstandige spaarrekening leidt tot substantiële extra overstappen;
- Van de groep die eerder bereid zou zijn over te stappen zonder koppelverkoop, zegt een groot deel dat het alleen gebeurt als de rekening gratis is;
- Bij een renteverschil van 0,5% is volgens het onderzoek maar 3% van de spaarders bij grootbanken bereid over te stappen;
- Implementatie vraagt forse aanpassingen (onboarding, transactiemonitoring, KYC, IT) en leidt waarschijnlijk tot kosten die (deels) bij consumenten terechtkomen (hogere rekeningkosten of lagere spaarrente).
Conclusie: de maatregel voldoet nu niet aan doelmatigheid/doeltreffendheid; de minister ziet onvoldoende grond om dit verbod nu door te zetten.
E. Depositogarantiestelsel: bekendheid stijgt
De minister meldt een evaluatie van de publiekscampagne van DNB: bekendheid met het DGS stijgt (van 54% in 2017 naar 68% in 2024) en kennis dat spaargeld tot een bedrag wordt terugbetaald bij faillissement stijgt ook. De campagne wordt voortgezet.
F. Directe regulering spaarrentes: minister ziet te veel risico’s
Naar aanleiding van een motie is een ambtelijke verkenning gedaan naar directe regulering van spaarrentes. De conclusie in de brief: het kan onder voorwaarden spaarrendement verhogen, maar risico’s zijn groot (rentemismatches/verliezen, druk op weerbaarheid banken, marktuitstap, verstoring geldmarkten en monetaire transmissie, doorberekenen van kosten). Daarom: nu geen wet- of regelgeving voor directe spaarrenteregulering.
G. Banken “aansporen” tot hogere spaarrentes, lagere kosten en (zakelijke) basisrekening
Over een motie die oproept banken te bewegen tot hogere spaarrentes en lagere rekeningkosten is de minister helder: prijsstelling is aan banken; overheidsingrijpen vindt hij onwenselijk (concurrentievermogen/innovatie). Wel wordt in gesprekken met banken het belang van passende spaarrentes benadrukt.
Voor consumenten bestaat in EU-regels al het recht op een basisbetaalrekening. Voor zakelijke klanten zet de minister in op verbetering via Europa en via nationale zelfregulering (voorstellen worden later verwacht).
Wat betekent dit voor de adviespraktijk (en voor Box 3)?
- Meer “rente-gesprekken” met klanten: sector gaat transparanter communiceren; benut dat momentum om spaargeld actief te herpositioneren (vrij opneembaar vs. deposito, spreiding over banken, bandbreedtes).
- DGS blijft sleutel in klantvertrouwen: overheid investeert in bekendheid. Combineer dit met praktische spreidingsadviezen (zeker bij hogere saldi).
- Box 3 blijft meebewegen met spaarrente-realiteit: in dossiers waarin spaargeld de dominante vermogenscomponent is (bijv. (tijdelijke) overwaarde-buffers, pensioenoverbrugging), wordt de spaarmix en de liquiditeitsplanning belangrijker.
- Geen snelle ‘koppelverkoop-doorbraak’: houd rekening met drempels bij grootbanken; adviseer desnoods met “tweebanken-model” (betaalbank vs. spaarbank), zolang de klant dat praktisch beheersbaar vindt.
Bron: Rijksoverheid