Dit V&A behandelt de vraag hoe de zogenoemde saldomethode werkt ingeval van een werknemer die in Nederland woont en pensioen geniet van een Nederlandse pensioenuitvoerder indien dat pensioen gedeeltelijk zonder tegemoetkoming in het buitenland is opgebouwd.
Een werknemer woont in Nederland. Hij geniet pensioen van een Nederlandse pensioenuitvoerder. Een deel van dat pensioen is in het buitenland opgebouwd. Hij heeft aldaar geen tegemoetkoming genoten bij de opbouw van het pensioen.
Hoe werkt de zogenoemde saldomethode in dit geval?
Opmerking vooraf: deze vraag is een uitwerking van onderdeel 2.4 van het besluit van 9 oktober 2015, nr. DGB2015/7010M. Dat besluit bevat een goedkeuring voor toepassing van de zogenoemde saldomethode. Onderdeel 2.4 gaat enerzijds over de situatie waarin een werknemer in het buitenland werkt en bij een Nederlandse pensioenuitvoerder pensioen opbouwt, zonder dat die werknemer een fiscale tegemoetkoming ontvangt in diens woonland. Anderzijds gaat onderdeel 2.4 over de situatie dat er een waardeoverdracht vanuit het buitenland naar een Nederlandse pensioenuitvoerder plaatsvindt met toepassing van de voorwaarden van onderdeel 2.3 van het besluit. Het antwoord op de vraag hoe de saldomethode werkt hangt af van het toepasselijke fiscale pensioenkader, alsmede het stelsel waarin het pensioen is opgebouwd:
Hierna volgt voor elk kader en stelsel een uitwerking. De volgende gegevens gelden voor alle uitwerkingen.
Een (gewezen) werknemer ontvangt vanaf de pensioeningangsdatum een jaarlijkse pensioenuitkering van € 7.500. In totaal heeft de werknemer over een bedrag van € 12.500 geen fiscale tegemoetkoming gehad. Dit bedrag is gelijk aan de som van:
In deze situatie is steeds het overgangsrecht van artikel 38b, eerste lid, of artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) van toepassing.
Als de pensioenregeling een eindloonregeling is, houdt de goedkeuring in dat van elke termijn een deel buiten de loonheffingen blijft. Dat deel is gelijk aan de buitenlandse diensttijd waarin geen fiscale faciliteit is genoten, gedeeld door de totale diensttijd. Deze verdeling wordt jaarlijks toegepast tot in het jaar waarin het totale bedrag dat buiten de heffingen in Nederland is gebleven gelijk wordt aan het totale bedrag waarvoor in het buitenland geen fiscale faciliteit is genoten (in het voorbeeld € 12.500). Vanaf dat moment worden de pensioentermijnen geheel belast. Op deze wijze wordt alleen het saldo van de pensioentermijnen dat voortvloeit uit niet-gefaciliteerde aanspraken belast.
Gegeven is dat de aanspraak is opgebouwd in 30 dienstjaren. Van deze dienstjaren heeft de pensioengenieter 10 jaren doorgebracht in een dienstbetrekking in het buitenland. Hij heeft in die 10 jaren geen fiscale tegemoetkoming gehad bij de opbouw.
Van elke pensioentermijn van € 7.500 is de eerste jaren 1/3de deel (10 gedeeld door 30) ofwel € 2.500 vrijgesteld. Het andere 2/3de deel, dat ziet op de Nederlandse dienstjaren, wordt belast. Deze verdeling loopt door totdat na 5 jaar het totale vrijgestelde bedrag van € 12.500 is bereikt. Vanaf het 6de jaar wordt dus het volledige pensioen in de loonheffingen betrokken.
Bij een middelloonregeling dienen vanaf de pensioeningangsdatum de uitkeringen uit de in het buitenland opgebouwde middelloonaanspraken inclusief de daarop toegepaste indexeringen uit de jaarlijkse pensioenuitkering gehaald te worden.
Gegeven is dat het bedrag in de jaarlijkse pensioenuitkering dat voortkomt uit de in het buitenland opgebouwde middelloonaanspraak inclusief de indexatie € 1.875 per jaar bedraagt.
Van elke pensioentermijn is de eerste jaren € 1.875 vrijgesteld. Het andere deel, dat ziet op de in Nederland verworven pensioenrechten, wordt belast. Deze verdeling loopt door totdat na 6 jaar en 8 maanden het totale vrijgestelde bedrag van € 12.500 is bereikt (6 8/12 * € 1.875 = € 12.500). Vanaf dat moment wordt dus het volledige pensioen in de loonheffingen betrokken.
In een beschikbare-premieregeling is de te hanteren breuk gelijk aan de in het buitenland betaalde, niet-gefaciliteerde premies, gedeeld door het totale bedrag aan betaalde premies.
Gegeven is dat de som van alle tijdens de diensttijd betaalde premies € 40.000 bedraagt.
Van elke pensioentermijn is de eerste jaren 5/16de (€ 12.500 gedeeld door € 40.000) ofwel € 2.344 vrijgesteld. Het andere deel (11/16de , dat ziet op de in Nederland betaalde premies, wordt belast. Deze verdeling loopt door totdat in de loop van het 6de jaar het totale vrijgestelde bedrag van € 12.500 is bereikt. Vanaf dat moment wordt het volledige pensioen in de loonheffingen betrokken.
In het pensioenkader van de Wtp is alleen nog pensioenopbouw mogelijk in een premieregeling en vindt fiscaal alleen nog een toets plaats op de premie-inleg. In deze situatie is de uitwerking vergelijkbaar met die van beschikbare-premieregelingen zoals die hiervoor is opgenomen in onderdeel 1.3.
In een premieregeling is de te hanteren breuk gelijk aan de in het buitenland betaalde, niet-gefaciliteerde premies, gedeeld door het totale bedrag aan betaalde premies.
Bovenstaande systematiek geldt ook na toepassing van artikel 38b, tweede lid, Wet LB, wanneer pensioenaanspraken zijn omgezet in aanspraken ingevolge een premieovereenkomst als bedoeld in artikel 10 van de Pensioenwet of artikel 28 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. In die situatie is immers het fiscale pensioenkader van de WTP volledig van toepassing op de omgezette pensioenaanspraken, ongeacht het fiscale kader/stelsel dat gold te tijde van de pensioenopbouw.
Gegeven is dat de som van alle tijdens de diensttijd ingelegde premies € 40.000 bedraagt.
Van elke pensioentermijn is de eerste jaren 5/16de (€ 12.500 gedeeld door € 40.000) ofwel € 2.344 vrijgesteld. Het andere deel (11/16de), dat ziet op de in Nederland ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum, wordt belast. Deze verdeling loopt door totdat in de loop van het 6de jaar het totale vrijgestelde bedrag van € 12.500 is bereikt. Vanaf dat moment wordt het volledige pensioen in de loonheffingen betrokken.
Is het pensioen van een werknemer met toepassing van meerdere fiscale pensioenkaders en/of stelsels opgebouwd,
dan moet het saldo per fiscaal pensioenkader en per stelsel naar rato worden berekend.
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99