Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
8 dec 2020 Nieuws

Eigenwoningreserve en peildatum 1 januari box 3

Is of het bedrag van € 193.973 dat op 1 januari 2018 op de bankrekening stond in verband met de verkoop van de eigen woning, terecht tot de rendementsgrondslag gerekend? In deze casus heeft relatie nieuwbouw gekocht.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Bestaande bouw versus nieuwbouw, gelijkheidsbeginsel?

De vermogensrendementsheffing maakt op zichzelf geen onderscheid tussen kopers van een nieuwbouwwoning of bestaande woning. Beide groepen kopers, die eerst in een kalenderjaar volgend op een verkoopjaar een nieuwe woning betalen, moeten een tegoed dat op 1 januari van dat volgende jaar op hun bankrekening staat, tot de bezittingen rekenen.

Het wettelijke systeem maakt onderscheid tussen wel of niet uitgegeven geld. Dat is in het licht van het doel van de regeling een redelijk onderscheid, omdat het gaat om het in de belastingheffing betrekken van inkomsten uit bezit.

Dat de vermogensrendementsheffing er geen rekening mee houdt dat een koper van een direct bewoonbare woning zijn gehele koopsom meteen kan betalen en een koper van een nog te verbouwen of nieuwbouwwoning niet, is geen verschil dat tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van beide groepen leidt. De groep die de koopsom voor een andere woning meteen betaalt, heeft immers ook geen profijt van geld op de rekening. Terwijl de groep kopers die het geld wel in hun bezit heeft gehad, daar ook profijt van kon hebben.

Er is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.


Stellingname belastingplichtige

Belastingplichtige stelt dat het aangaan van de koop-/aanneemovereenkomst (kao) tot verplichtingen voor hem heeft geleid en dat daarom op 1 januari 2018 sprake is van een schuld. Dat dit toen geen voorwaardelijke verplichtingen meer waren, blijkt uit de brief van de aannemer van 6 juli 2017, waarin staat dat alle opschortende voorwaarden vervuld waren. Verweerder stelt echter dat geen sprake is van een schuld, omdat het bij de kao gaat om voorwaardelijke verplichtingen, dan wel om nog door een derde te verrichten werkzaamheden. De bouwtermijnen zijn op grond van artikel 5 van de kao pas verschuldigd nadat de bouwwerkzaamheden waar die termijn op ziet, zijn voltooid.

Rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat tegenover het geldbedrag dat op de bankrekening van eiser staat, niet een even grote schuld in aanmerking kan worden genomen vanwege de op grond van de kao door eiser aangegane verbintenis tot betaling van de koopsom. De kao kan niet worden gekwalificeerd als een door eiser aangegane verbintenis tot betaling van een geldbedrag onder een bepaalde voorwaarde, maar er is sprake van een overeenkomst met tegenover elkaar staande verbintenissen in de vorm van rechten en verplichtingen.

Er zijn verbintenissen in de vorm van verplichtingen tot betaling voor geleverde prestaties, maar daartegenover staat telkens het recht op levering van de daarmee corresponderende prestatie. Bovendien leiden de gemaakte afspraken pas tot een schuld, wanneer de aannemer de tegenover een bouwtermijn staande bouwprestatie heeft geleverd.

Van de kao kan dus niet enkel de betalingskant worden afgezonderd, de prestaties uit de kao hangen immers met elkaar samen. Voor zover de stelling van belastingplichtige erop zou neerkomen dat aan de kao als geheel een negatieve waarde zou moeten worden toegekend, volgt de rechtbank belastingplichtige ook in dat betoog niet.

Ook de ter zitting door belastingplichtige genoemde omstandigheid dat hij een schadevergoeding verschuldigd zou worden indien hij de overeenkomst zou verbreken, geeft geen aanleiding te veronderstellen dat de kao een negatieve waarde vertegenwoordigde. Het al dan niet verbreken van de overeenkomst had belastingplichtige immers zelf in de hand, zodat van die omstandigheid voor belastingplichtige geen negatieve waarde uitging. Het is dan ook niet door belastingplichtige aannemelijk gemaakt dat hij door het aangaan van de kao (per saldo) een schuld heeft gekregen en ook niet dat aan de kao een negatieve waarde moet worden toegekend. Om dezelfde redenen kan ook geen schuld of negatieve waarde worden toegekend aan de andere overeenkomsten voor werkzaamheden aan de woning die belastingplichtige is aangegaan.

Beslissing

Belastingplichtige wordt in het ongelijk gesteld. Het saldo (verkoopwinst) telt dan gewoon mee in box 3 op peildatum 1 januari.

 

Bron: Rechtspraak.nl

 

Fintool: Al in 2010 is in een besluit dit 'probleem' onderkend, maar afgewezen. Zie download onder.

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

8 dec 2020

Laatst gewijzigd

8 dec 2020

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2021. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.