Het blijkt dat in bijna 30 procent van de bijsluiters geen vergelijkingsmaatstaf (benchmark) wordt genoemd. Van de ruim 70 procent fondsen die wel een benchmark hebben, toont 15 procent deze niet in de grafiek met rendementen over het voorgaande jaar.
De benchmark die beleggingsfondsen hanteren, moet relevant zijn. Zo zal een fonds dat in Nederlandse aandelen belegt, zich vergelijken met een Nederlandse aandelenindex, zoals de AEX.
Verder blijkt dat sommige beleggingsfondsen in hun vergelijking het eigen rendement presenteren inclusief het ontvangen dividend, maar het dividend in de rendementen van de benchmark niet vermelden. Hierdoor valt de vergelijking duidelijk uit in het voordeel van het desbetreffende beleggingsfonds en is daarom wettelijk niet toegestaan (artikel 2:3 Nadere regeling op de Wet op het financiële toezicht Wft).
Volgens de VEB gaan met dit laatste de indexfondsen van ING en ABN Amro in de fout, alsmede het ING Dutch Fund en het Postbank Nederland Fonds.
Een andere opvallende zaak is volgens de onderzoekers het gebruik van de zogeheten risicometer. Van de vijf risicograden die er zijn – zeer klein, klein, vrij groot, groot en zeer groot – worden de eerste twee nooit gebruikt. Terwijl de VEB meent dat voor aandelenfondsen zonder beschermingsconstructies de enige denkbare indicator ’zeer groot’ is, wijken Centraal Beheer Achmea, Allianz en ABN Amro hier vanaf.
Zo hanteren het Netherlands Fund en AEX index Fund van ABN Amro de middelste risicometer (’vrij groot’) en het Allianz Holland Fund de op één na grootste meter (’groot’). De VEB heeft de conclusies van het onderzoek gemeld aan Allianz, Fortis en ING. Ook de AFM is op de hoogte gesteld.
Bron: De Financiële Telegraaf, 16-08-2008
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99