De uitspraak werd gedaan in de zaak waarbij een vrouwelijke notarisklerk is in dienst is van een eenmanspraktijk. Zij is met haar werkgever een concurrentiebeding overeengekomen. De werkgever besluit na enige tijd zijn eenmanszaak in te brengen in een BV. In 2006 neemt de klerk ontslag en treedt in dienst bij de concurrent. De ex-werkgever vordert in een kort geding nakoming van het concurrentiebeding.
In eerste instantie oordeelt de kantonrechter in Wageningen dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden. De werkneemster had dan de kans gehad om te heroverwegen of het beding aanmerkelijk zwaarder op haar is gaan drukken. Maar de ex-werkgever gaat in hoger beroep omdat hij vindt dat er sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Dat artikel stelt dat bij een overgang van onderneming ook de rechten en verplichtingen behorende bij een arbeidsovereenkomst mee overgaan en niet opnieuw overeengekomen hoeven worden.
Het hof Arnhem maakte een belangenafweging en vond dat het belang van de werkgever zwaarder woog dan dat van de klerk. Zij moest per direct haar werkzaamheden bij de concurrent staken. Deze belangenafweging kan anders uitvallen wanneer door de overgang van de onderneming het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken op de werknemer. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als door de overname het werkgebied zich heeft uitgebreid.
Bron: HRPraktijk, 31-12-2007
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99