In rechtsbijstandland zijn Kifid-uitspraken over dekkingsafwijzingen aan de orde van de dag, maar toewijzingen zie je beduidend minder vaak. Daarom is Kifid-uitspraak 2025-0998 (bindend advies, 12 december 2025) opvallend: de rechtsbijstanduitvoerder (NN/DAS) had de zaak volgens Kifid ten onrechte afgewezen op zowel dekkingsgrond ('belastingzaken uitgesloten') als op verjaring.
Waar ging het om?
De consument stelde dat hij door de Belastingdienst ten onrechte was geregistreerd in de Fraude Signalering Voorziening (FSV), met allerlei (nadelige) gevolgen. Hij wilde de Belastingdienst aanspreken – niet primair om een inhoudelijk belastinggeschil uit te vechten, maar om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen (reputatie- en financiële schade). De rechtsbijstanduitvoerder wees het verzoek af met twee hoofdargumenten:
Kifid gaat in deze uitspraak op beide punten duidelijk in tegen de uitvoerder.
1) “Belastingzaak” of “onrechtmatige daad”? Kifid kijkt naar de kern
De uitvoerder redeneerde: Belastingdienst = overheid en het dossier hangt samen met belastingaangiften/toeslagen, dus uitsluiting “belastingzaken” geldt.
Kifid volgt die lijn niet. De commissie kijkt naar wat het conflict inhoudelijk is: de consument klaagt over (vermeend) onrechtmatig handelen van de Belastingdienst door opname/gebruik van persoonsgegevens in FSV en de daaruit volgende schade. Dat is volgens Kifid iets anders dan een geschil “over belastingen” (zoals een aanslag of WOZ-beschikking). Praktisch vertaald:
Kifid oordeelt bovendien dat het enkele feit dat de Belastingdienst onderdeel is van de overheid niet automatisch betekent dat het conflict onder een (andere) module “Overheid” valt, zéker niet als die module inhoudelijk ziet op woning/vergunning/onteigening en niet op dit soort schadeclaims.
Les voor de praktijk: bij een beroep op rechtsbijstand is de juridische kwalificatie van het geschil (wat vorder je en op welke grondslag?) vaak doorslaggevend. Laat de intake/claimomschrijving niet “wegzakken” in een algemeen label als “belasting”.
2) Verjaring (art. 7:942 BW): startmoment is niet “ergens in 2014”
De uitvoerder stelde dat de consument al jaren wist van het conflict en dus te laat was. Kifid zet het beoordelingskader scherp neer:
In deze zaak hanteert Kifid als startmoment de brief van de Belastingdienst van 7 december 2021, waarin de melding van de consument wordt bevestigd en wordt aangekondigd dat onderzocht zal worden of hij onterechte gevolgen heeft ondervonden door FSV-registratie. Vanaf dat moment was het (volgens Kifid) voldoende duidelijk dat de consument in de FSV was opgenomen en dat hij daar schade aan koppelde. Het verzoek om rechtsbijstand van 29 oktober 2024 viel daardoor nog binnen drie jaar. Extra opvallend: de consument voerde óók aan dat hij tussentijds had gestuit (en dat de uitvoerder feitelijk onjuist zat), maar Kifid heeft het al “hard” genoeg door het gekozen startmoment. Les voor de praktijk: bij verjaringsdiscussies draait het niet alleen om “wanneer begon het conflict”, maar vooral om:
3) Waarom deze uitspraak relevant is voor adviseurs en schadepraktijk
Deze uitspraak is vooral interessant omdat hij laat zien dat:
Checklist bij soortgelijke meldingen (FSV/toeslagen/overheidsregistraties)
Als je een klant/relatie helpt bij een melding onder een rechtsbijstandverzekering, helpt het om vooraf strak te formuleren:
Tot slot
De kernboodschap van Kifid 2025-0998 is praktisch: kijk voorbij het etiket (“belasting”) en toets het geschil op de echte juridische aard (hier: gestelde onrechtmatige daad en schade). En laat een verjaringsverweer niet “automatisch” staan: het startmoment bij rechtsbijstand kan later liggen dan menig uitvoerder aanneemt.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99