De Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva (DAC8) is een stap dichterbij: het wetsvoorstel 36 782 is op 27 januari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer, waarvoor de staatssecretaris om spoedige behandeling heeft gevraagd. Voor adviseurs betekent dit dat de rapportageplicht voor aanbieders van cryptoactiva (CASPs) en de uitwisseling van cryptogegevens tussen belastingdiensten nu geen theoretisch toekomstbeeld meer is, maar praktisch aanstaande.
Onderstaand een overzicht van wat er in wetsvoorstel 36.782 staat, wat er inmiddels politiek gebeurd is en wat u in uw adviespraktijk met crypto-cliënten en CASPs moet voorbereiden.
Achtergrond: DAC8 en CARF in een notendop
Het wetsvoorstel wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) om Richtlijn (EU) 2023/2226 (DAC8) te implementeren. DAC8 is de nieuwste uitbreiding van de EU-richtlijn administratieve samenwerking op belastinggebied (de DAC-reeks) en neemt het Crypto-Asset Reporting Framework (CARF) van de OESO over in EU-recht. Kern:
Wat regelt de wet concreet?
Rapportageplicht voor aanbieders van cryptoactiva
De rapportageplicht gaat gelden voor “rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten” in de zin van de EU-crypto verordening (MiCA). Dat zijn onder meer:
Ook bepaalde exploitanten buiten de EU kunnen rapportageplichtig worden, als zij zich op EU-inwoners richten en aan de registratievereisten voldoen.
Welke gegevens moeten worden verzameld en gerapporteerd?
Aanbieders moeten onder DAC8 o.a.:
Deze gegevens worden digitaal aangeleverd bij de Minister van Financiën en vervolgens via de DAC-infrastructuur automatisch uitgewisseld met andere lidstaten.
Niet alleen grensoverschrijdend, maar óók binnenlands
De richtlijn ziet primair op grensoverschrijdende situaties, maar Nederland gaat – conform overweging 13 DAC8 – een stap verder. Met een wijziging van de AWR wordt de rapportage over cryptotransacties ook verplicht voor niet-grensoverschrijdende, puur binnenlandse transacties.
Gevolg: ook als een klant uitsluitend bij een Nederlandse aanbieder handelt en alles “binnenlands” blijft, komt dat in principe in beeld bij de Belastingdienst.
Rapportagefrequentie
De gegevens worden jaarlijks gerapporteerd. Eerder meldde Fintool al dat crypto-aanbieders uiterlijk 31 januari van het volgende jaar moeten rapporteren, waardoor over 2026 voor het eerst uiterlijk 31 januari 2027 wordt gerapporteerd.
Inwerkingtreding en terugwerkende kracht
In het oorspronkelijke wetsvoorstel stond een simpele inwerkingtreding per 1 januari 2026. Met de nota van wijziging is daar een vangnet aan toegevoegd:
Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026.
Stand van zaken nu:
Praktisch: vanaf 1 januari 2026 moeten cryptodienstverleners ervan uitgaan dat transacties over 2026 onder de rapportageplicht gaan vallen, ook al is de formele inwerkingtreding mogelijk later in 2026.
Gevolgen voor cryptobezitters – en uw cliënten
De Rijksoverheid is daar helder over: het wetsvoorstel DAC8 verandert niets aan de fiscale positie van crypto-bezitters zelf. Er wordt geen nieuwe belasting ingevoerd; de wet regelt dat aanbieders vanaf 1 januari 2026 gegevens over klanten en hun transacties aan de Belastingdienst doorgeven. Crypto’s horen – net als nu – in box 3 bij de bezittingen die moeten worden opgegeven.
Belangrijk voor uw cliënten:
Voor de adviespraktijk betekent dit:
Gevolgen voor aanbieders van cryptoactivadiensten (CASPs)
Voor aanbieders – veelal al onder de Wwft en straks onder MiCA – betekent DAC8 een forse extra laag rapportage- en organisatieverplichtingen.
Due diligence en eigen verklaringen
Volgens de memorie van toelichting moeten aanbieders:
De Europese Commissie heeft de administratieve lasten voor aanbieders geraamd op incidenteel € 233–284 mln, met een Nederlandse “share” van ca. € 25–30 mln eenmalig en € 2,2–2,7 mln structureel per jaar.
Registratieplicht en reikwijdte
Exploitanten van cryptoactiva die als rapporterende aanbieder kwalificeren, krijgen een registratieplicht. Daarmee wordt geborgd dat ook bepaalde niet-vergunningplichtige spelers onder DAC8 vallen, mits zij in een deelnemend land gevestigd zijn of zich op EU-inwoners richten.
Daarnaast worden sanctiebepalingen in de WIB en AWR aangescherpt. Ernstige of opzettelijke niet-naleving kan leiden tot hoge bestuurlijke boetes en – in uiterste gevallen – strafrechtelijke vervolging als economisch delict.
Samenloop met Wwft en TFR
CASPs zaten al in de anti-witwashoek:
DAC8 komt daar bovenop, met een duidelijk belastingdoel: automatische uitwisseling van crypto-informatie met andere belastingdiensten.
Wat betekent dit in de adviespraktijk?
Voor belastingadviseurs en financieel planners
Enkele aandachtspunten die u nu al met cliënten kunt bespreken:
1. Inventarisatie crypto-positie
Neem crypto standaard op in het inventarisatieformulier (box 3, eventueel in BV).
Maak onderscheid tussen holdings op grote gereguleerde platforms en “zelf-gehoste” wallets; DAC8 pakt primair de eerste categorie.
2. Dossiervorming en bewijspositie
Leg vast welke crypto-posities per 1 januari aanwezig zijn (voor box 3), inclusief onderliggende administratie.
Bespreek met cliënten dat er straks informatie uit DAC8-rapportages kan opduiken die tot vragen of correcties leidt.
3. Compliance-strategie bij verleden
Voor adviseurs met CASPs als klant
Begeleidt u aanbieders van cryptoactiva of fintech-bedrijven, dan is DAC8 een volwaardig compliance-project:
Kortom: met de aanneming in de Tweede Kamer is DAC8 geen papieren exercitie meer. Voor adviseurs is dit hét moment om crypto structureel in de klantinventarisatie op te nemen, dossiervorming op orde te brengen en CASP-cliënten voor te bereiden op een forse uitbreiding van hun rapportage- en compliance-verplichtingen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99