11 sep 2018 Nieuws

Afkoop spaarpolis minderjarig kind

Een vader heeft voor zijn dochter een spaarpolis afgesloten. Op de polis is als verzekeringnemer en verzekerde vermeld de dochter vermeld. De vader is premiebetaler. Voordat de dochter meerderjarig wordt, heeft de vader de spaarpolis afgekocht.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

[eisers = dochter / moeder]
[eiseres] heeft gesteld dat verzekeraar  had moeten onderzoeken of [de vader] op het moment van het afkoopverzoek de wettelijk vertegenwoordiger van eiseres was, althans of [eiseres] zelf achter de afkoop van de verzekering stond en achter storting van de afkoopwaarde op het rekeningnummer van [de vader] . Daarbij acht [eiseres] van belang dat verzekeraar wist dat [de vader] ongeneeslijk ziek was en [eiseres] ten tijde van de afkoop/uitkering 17 jaar oud was.

Ouderlijk gezag

Verzekeraar heeft het volgende verweer gevoerd. De zorgplicht van een verzekeraar gaat niet zover dat zij verplicht is te onderzoeken of een ouder bevoegd is om een minderjarige te vertegenwoordigen. Er is geen reden waarom die zorgplicht er in dit geval wel zou zijn geweest. In de periode tussen totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst en december 2016 is er immers op geen aanleiding voor verzekeraar geweest om te twijfelen aan de bevoegdheid van [de vader] . [de vader] heeft de polis aangevraagd, afgesloten, premies betaald en alle correspondentie is via hem gelopen. Verzekeraar is bovendien nooit op de hoogte gesteld dat de achternaam van eiseres is gewijzigd van [de naam van de vader] naar [eiseres] , noch over de situatie tussen haar ouders. Dat [de vader] ernstig ziek was of [eiseres] 17 jaar, maakt het antwoord op de vraag of hij vertegenwoordigingsbevoegd is niet anders. Dit behoefde voor verzekeraar geen aanleiding te zijn om onderzoek te doen. Ook niet, omdat [de vader] in de correspondentie duidelijk liet blijken dat het de bedoeling was dat de uitkering uit de verzekering ten gunste van zijn dochter kwam.

Onderzoeksplicht

Met verzekeraar is de kantonrechter van oordeel dat de zorgplicht van verzekeraar in dit geval niet zover gaat dat verzekeraar verplicht was te onderzoeken of [de vader] bevoegd was om [eiseres] bij de afkoop te vertegenwoordigen. [eiseres] en haar moeder hebben – zoals in deze procedure is komen vast te staan – ermee ingestemd dat [de vader] jegens verzekeraar optrad als vertegenwoordiger. Er is geen moment aan te wijzen dat [eiseres] en haar moeder hier anders over zijn gaan denken. Terecht stelt verzekeraar dat [eiseres] en haar moeder zich er dan niet meer op kunnen beroepen dat die bevoegdheid ten tijde van de afkoop niet zou hebben bestaan of dat verzekeraar dat had moeten onderzoeken. Verzekeraar is bovendien niet geïnformeerd over de naamswijziging of de situatie thuis. [eiseres] , noch haar moeder, heeft op enig moment – ondanks dat zij wisten van het bestaan van de verzekering en moeten hebben gemerkt dat zij geen post ontvingen – bij verzekeraar aangegeven dat correspondentie aan hun adres diende te worden gestuurd. Gelet op dit alles heeft verzekeraar gerechtvaardigd mogen vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [de vader] en heeft zij geen onderzoeksplicht geschonden.

Zorgplicht

Dit alles laat onverlet dat er in dit geval – ook bij een gerechtvaardigd vertrouwen van verzekeraar op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [de vader] – een zorgplicht op verzekeraar rust en dat bij de beoordeling van de omvang daarvan een rol speelt dat het gaat om een overeenkomst met een minderjarige. De rechtbank wijst in dit kader op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen ten aanzien van de toepasselijkheid van de artikelen 1:345 lid 1 BW jo. artikel 1:253k BW. Weliswaar heeft de kantonrechter hiervoor overwogen dat het beroep op vernietiging niet tot toewijzing van de vordering (op die grond) kan leiden, maar dit neemt niet weg dat de uit deze artikelen voortvloeiende beschermingsgedachte van invloed is op de op NN rustende zorgplicht. Verzekeraar was ook op de hoogte van de bescherming die aan de minderjarige toekomt. Zij heeft [de vader] hierover immers bij brief van 19 februari 2016 geïnformeerd. In deze brief heeft zij [de vader] “geadviseerd” voor de afkoop toestemming van de kantonrechter te vragen maar zij heeft dit met het oog op de belangen van [eiseres] , haar verzekeringnemer, niet bewaakt.

Gezondheid

Hierbij komt dat verzekeraar eind november 2015 op de hoogte was van de medische situatie van [de vader] . Hij had toen aangegeven dat hij ongeneeslijk ziek was. Door niettemin – zonder machtiging van de kantonrechter – de afkoopwaarde uit te keren op de rekening van [de vader] (en niet op de Oranje rekening van [eiseres] ), heeft verzekeraar  de op haar rustende zorgplicht geschonden. Immers, het aan [eiseres] toekomende bedrag viel door de afkoop en de uitbetaling daarvan in het vermogen van [de vader] en niet (meer) in het vermogen van [eiseres] . Verzekeraar heeft hiermee, wetende van de ongeneeslijke ziekte van [de vader] , het risico in het leven geroepen dat de afkoopwaarde in de nalatenschap van [de vader] zou verdwijnen wat ook is gebeurd. Ondanks dat uit de correspondentie volgt dat [de vader] het deed voorkomen alsof hij één en ander goed voor zijn dochter wilde achterlaten, had verzekeraar [de vader] om machtiging van de kantonrechter moeten vragen, of minst genomen het bedrag moeten uitkeren op een rekening ten name van [eiseres] zelf. Dit heeft verzekeraar niet gedaan.

Conclusie

Verzekeraar heeft haar zorgplicht geschonden en is daardoor schadeplichtig ten opzichte van [eiseres] . De vordering van [eiseres] zal daarom worden toegewezen.

 

Bron: Rechtspraak.nl

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar als u bent ingelogd. Log graag in of neem een abonnement.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

11 sep 2018

Laatst gewijzigd

11 sep 2018